Interview met Paul van der Velde
van Caramba.
Tekst: Joyce Leemstra *
Tweede pinksterdag trof ik Paul van der Velde thuis,
ergens achter in Wormer. Paul is een van de gitaristen
van de Zaanse band Caramba. Een bezoek aan de Jisper
kermis heeft z'n sporen nagelaten: enigszins zwetend en
schor verteld hij: "Daar ga ik altijd wel heen ja, even een
avond ten onder in het feestgedruis. Meestal pinkster-drie
ook 's middags naar de Lepelaar, flink doorzakken en dan
ik er weer een jaartje tegen."
Deze, bijna Bourgondische, houding typeert niet alleen
Paul, maar ook de andere muzikanten van Caramba.
Mensen die deze band gezien en gehoord hebben weten
dat de leden zich op het podium prima vermaken. "Dat is
een essentieel onderdeel van een avond Caramba"meent
Paul, "de band moet en zal het goed naar de zin hebben,
dat slaat altijd over op het publiek. Bovendien spelen we
voor onze hobby en dan wil je dat wel met plezier doen.
Kwaliteit staat echter wel voorop. Er wordt voor ons
betaald en de mensen verwachten daar, terecht, iets voor
terug. Maar onderling een beetje lol trappen hoort daar
bij."
Groove. "Mensen vragen me wel eens wat Caramba eigenlijk voor
muziek speelt. Een eenvoudig antwoord is dan 'van
Presley tot Prince'. In werkelijkheid worden de nummers
geselecteerd op de groove, Caramba is een groove-band!
Herkenbaarheid en dansbaarheid is natuurlijk heel
belangrijk. Doorgaans dient een nummer zich een aantal
jaren bewezen te hebben voordat het bij ons op het
repertoire verschijnt. We proberen ons wel op een zo
breed mogelijk publiek te richten, maar we moeten een
nummer ook zelf leuk vinden. Gert is degene die zich met
dit soort dingen erg bezig houdt. Heeft ook een enorme
kennis van popmuziek en pophistorie."
En het Nederlandstalig repertoire?
"Hebben we ook wel gedaan. Toch ligt het ons niet. Dan
liever Tom Jones."
De zon breekt door en langzamerhand wordt het steeds
drukker op straat met mensen die naar Jisp fietsen.
Ongemakkelijk draait Paul op z'n stoel. "Dorstig weer.
Het lijkt wel of er een enorme magneet in de Lepelaar zit.
Een biermagneet haha. Op een doorsnee vrijdagavond
hangen ze die op in de Batavia denk ik. Mijn koers is dan
naar het westen!"
Forever young. Een avond uit voor het publiek is eigenlijk ook een avond
uit voor de leden van Caramba. Drukke banen worden
afgereageerd op toneel, publiek en instrumenten.
Kwajongens worden het. Even los uit de dagelijkse sleur
gaan de remmen los.
"Daar heb je natuurlijk gelijk in", beaamt Paul, "maar het
ultieme 'met-de-mannen-onder-elkaar-gevoel, even weer
zeventien jaar oud met z'n allen, komt toch het best naar
boven bij buitenlandse trips. We proberen een keer per
jaar ergens in het buitenland te spelen. Daar gaat ook een
groot deel van de inkomsten aan op. We waren al in
Basel (veel leugenaars daar trouwens), Schotland en een
aantal malen in King's Lynn, Engeland. In die laatste
plaats hebben we goede kennissen aan een plaatselijke
band, Map of Tasmania. Het is een soort uitwisseling
geworden. Eenmaal per jaar komen ze naar Nederland.
Wij regelen dan wat optredens voor ze. Omgekeerd
hetzelfde. Beregezellig ! Goeie gasten ook trouwens."
Omdat ik zelf veel reis weet ik dat juist dan de mooiste
anekdotes ontstaan. Hierover is Paul toch wat
terughoudender. "Tja, natuurlijk is dat lachen geblazen.
Maar of dat op papier nu allemaal wel zo leuk is? Ikzelf
heb bijvoorbeeld legendarische zweetvoeten en bovendien
schijn ik enorm te snurken. Tijdens een van onze eerste
buitenlandse reizen sliepen we in Dumfries, Schotland.
Uiteindelijk werd besloten dat ik bij Rob Stam op de
kamer zou slapen in het huis van Bobby Scott. Inmiddels
is Bobby overleden, dus over hem geen kwaad woord,
maar hij woonde daar alleen en dat huis stonk
verschrikkelijk. Het was er echt niet schoon. Rob heeft
over mij niet geklaagd
.
We werden daar door de burgemeester ontvangen als
'international guests to our wonderful town'. Na de
overhandiging van een of ander lullig schildje werden de
flessen whiskey opengetrokken, die man had dat goed in
de gaten."
Vroeger. Hoe komt het nou dat iemand bij Caramba speelt? Er zijn
tenslotte veel van dit soort bands in Noord-Holland.
Meestal bevinden die zich in het kermis-circuit en kennen
een volle wekelijkse agenda. Het blijkt echter dat
Caramba bestaat uit oude vrienden en mensen die uit
andere beruchte of beroemde amateur bands uit de
Zaanstreek zijn gekomen. Men moet dan denken aan
bands als The Gods, AD Big Band of de Ann Faverey
Band.
Paul: "In de jaren zeventig speelde ik al met Geert in een
lokale band. Gert en Jos kende ik nog van de middelbare
school. Terwijl ik in bands als Frenzy Dazzle, Commuters
en Ken I See speelde deelden we mijn oefenruimte met
Caramba. Van het een komt het ander: mijn eigen bands
waren opgedoekt en Caramba zocht een gitarist. Dat was
een behoorlijke overstap voor me: van eigen composities
naar een cover-repertoire."
Vindt hij dat dan niet jammer? Elke muzikant wil zich toch
uiten en overgeven aan de muziek. Hitjes naspelen op een
bruiloft lijkt dan wel saai.
"Het is maar hoe je dat bekijkt. Bij Caramba gaat het niet
zozeer om de virtuositeit, maar om het maken van het
feest. Dat is juist waar je de kick vandaan moet krijgen.
Bovendien spelen we ook in kroegen, op
personeelsfeesten, verenigingsfeesten en noem maar op.
Maar het is anders, dat wel. Er is een periode geweest
dat ik me veel met geïmproviseerde muziek bezig hield,
eigenlijk meer met geluid. Was toch wel erg leuk! Ben ik
nog diverse malen voor geïnterviewd en door de VPRO-
radio uitgezonden. Dat gebeuren is inmiddels door
samplers en computers geheel ingehaald. Als je
bijvoorbeeld luistert naar een cd van Red Snapper of zelfs
naar Radiohead dan hoor je daarop geluidscollages die
tien jaar geleden vrijwel onmogelijk zouden zijn, zelfs voor
muzikanten met onbeperkte toegang tot apparatuur.
Tegenwoordig is er voor iemand met een pc
verschrikkelijk veel mogelijk op muziekgebied. Ik zou
graag meer tijd aan dit soort dingen willen besteden, maar
op een of andere manier komt het er niet van."
Equipment junkie. In een interview over hobby-wielrenners beweerde eens
iemand dat Nederlanders 'equipment junkies' zijn: eerst
de mooiste racefiets met de duurste asseccoires kopen
om ermee te pronken en dan pas een stukje fietsen.
Bij sommige muzikanten zie je dat ook. Vreselijk veel
apparatuur op het podium en dan maar aan de knopjes
blijven draaien.
"Hmm, ik kan niet ontkennen dat ik nogal geil op mooie
spullen" verzucht Paul "Ik ben dan ook nog steeds op
zoek naar het meest perfekte gitaargeluid. Ondanks dat ik
thuis een kast vol gitaren en een schuur vol versterkers
heb, blijft er nog steeds te wensen over. Ja, ik laat me wel
verleiden in een gitarenwinkel! Ik ben er van overtuigd dat
een goed podiumgeluid een kombinatie van gitaar en
versterker blijft. Het moet bij elkaar passen. En ik zweer
bij buizenversterkers! Misschien ouderwets, maar volgens
mij nog steeds ongeslagen wat betreft dynamiek."
Hier moet ik Paul toch echt onderbreken. Als je niet
oppast praat hij de hele avond vol met gitaren.
En dan moet zo'n gesprek eens eindigen. Het is mij wel
duidelijk: Caramba bestaat uit enthousiaste mensen en
Paul voelt zich daar prima bij thuis. Gedurende de
pinksterdagen lonkt de Lepelaar in Jisp, vooral op derde
pinksterdag, maar de rest van het jaar gaat Paul voor
Caramba
Ik ben ervan overtuigd dat deze band nog steeds niet op
haar hoogtepunt is. Met de toewijding van de diverse
bandleden, de komst van zanger Frank Leurs en een zich
steeds vernieuwend repertoire zal nog menige zaal de
komende jaren plat gespeeld worden.
Ikzelf kan nauwelijks wachten tot de volgende keer!
Caramba: proost!
* Joyce Leemstra is onafhankelijk publiciste. Ze is vooral bekend om haar reisverslagen,
welke in diverse toonaangevende tijdschriften zijn geplaatst. Ook heeft ze enkele boeken
geschreven waarvan "Dorst in de Woestijn" en "De grotten van Tirol" de bekendste zijn.
Joyce woont en werkt in Blaricum en heeft drie kinderen.